Project

Doorzaai van blijvend grasland

Doorzaaien van blijvend grasland met Engels raaigras kan mogelijk leiden tot minder graslandvernieuwing en daarmee tot lagere kosten, behoud van organische stof, stikstofleverend vermogen en bodemleven, en minder verliezen naar het milieu. Op diverse percelen met slechte tot goede botanische samenstelling wordt veldonderzoek uitgevoerd om vast te stellen of doorzaaien een geschikte maatregel is om herinzaai van grasland uit te stellen of misschien te voorkomen.

Botanische samenstelling van grasland

In blijvend productiegrasland neemt vaak in de loop van de tijd het aandeel landbouwkundig goed gewaarde grassen af, waaronder het aandeel Engels raaigras. Wanneer landbouwkundig matige tot slecht gewaarde grassen of andere plantensoorten de plek van Engels raaigras innemen, daalt de opbrengst en voederwaarde van grasland. Bij minder dan 60% goede grassen in de bezetting wordt momenteel geadviseerd het grasland te vernieuwen door te ploegen en opnieuw in te zaaien. Graslandvernieuwing is een ingrijpende maatregel. Belangrijke nadelen zijn relatief hoge kosten, verlies van organische stof, stikstofleverend vermogen, verlies van bodemvruchtbaarheid, verlies van bodemleven, kans op extra nitraatuitspoeling en extra uitstoot van broeikasgassen.

Doorzaai als alternatief voor herinzaai

Er is daarom behoefte aan minder ingrijpende maatregelen om de botanische samenstelling op peil te houden of te verbeteren. Doorzaaien van bestaand grasland met Engels raaigras zou een geschikte maatregel kunnen zijn. Uit de praktijk komen signalen dat bij regelmatige doorzaai de kwaliteit van de bestaande graszode aanzienlijk kan verbeteren. Tot nu toe is er weinig onderzoek gedaan naar de effectiviteit van doorzaaien op de korte als de langere termijn. Er is echter wel behoefte aan duidelijke informatie hierover.  Binnen de PPS ‘Ruwvoerproductie en Bodem’ is daarom veldonderzoek gestart naar de effectiviteit van doorzaai van bestaand grasland met Engels raaigras, om het aandeel Engels raaigras in de zode te verhogen.   

Veldonderzoek

Het onderzoek wordt uitgevoerd op twee percelen met een slechte botanische samenstelling, twee percelen met een matige botanische samenstelling, en een perceel met goede botanische samenstelling. Alle percelen liggen op kleigrond, drie op Dairy Campus en twee bij een melkveebedrijf in de buurt. Het onderzoek loopt tenminste drie jaar en ieder najaar wordt er doorgezaaid. Bij de percelen met slechte en matige botanische samenstelling wordt doorzaaien toegepast om het aandeel Engels raaigras te verhogen; bij het perceel met goede botanische samenstelling om het aandeel op peil te houden. Onderzocht wordt onder andere de frequentie van doorzaaien: er wordt alleen doorgezaaid in 2016, in 2016 en 2017, of in 2016, 2017 en 2018. Deze behandeling geeft informatie over het effect van eenmalig versus regelmatig doorzaaien. Doorzaaien wordt uitgevoerd na spuiten en eggen van de veldjes of na alleen eggen. Vergelijking van deze behandelingen laat zien of alleen eggen voldoende is om doorzaai te laten slagen of dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Er zijn ook controleveldjes waarop geen behandelingen worden uitgevoerd. De percelen worden alleen gemaaid en liggen onder praktijkbemesting. Na doorzaaien in het najaar wordt de opkomst van kiemplantjes beoordeeld en ieder jaar wordt op alle veldjes de botanische samenstelling in kaart gebracht. Daarnaast wordt ieder jaar ook de drogestofopbrengst bepaald.