Amazing Grazing: ‘Hogere opbrengst bij dagelijks omweiden’

Nieuws

Amazing Grazing: ‘Hogere opbrengst bij dagelijks omweiden’

Gepubliceerd op
20 december 2016

Het project Amazing Grazing richt zich op onderzoek dat als uiteindelijke doel heeft: een zo hoog mogelijke grasopname en -benutting door de koe. De eerste resultaten van het beweidingsseizoen 2016 op Zegveld en Dairy Campus zijn inmiddels bekend. De eerste indruk van die resultaten is dat stripgrazen op jaarbasis een hogere opbrengst geeft. Maar of dat ook voor de grasopname geldt, moet nog worden bekeken.

Ervaring en eerste resultaten beweiding 2016

Het weideseizoen is afgelopen en de eerste onderzoeksresultaten komen binnen. Het is in 2016 gelukt om een lang weideseizoen te grazen. De koeien hebben op de Dairy Campus 193 (stripgrazen), respectievelijk 186 dagen (roterend standweiden) buiten gelopen. Hierbij bestond een substantieel deel van het rantsoen uit vers weidegras. Op Zegveld was het aantal weidedagen bij stripgrazen iets minder (163) als gevolg van de erg natte periode in juli gevolgd door droogte.

Minder maaien en zoveel mogelijk grazen

De beweidingsproeven zijn afgelopen jaar uitgevoerd bij een hoge veebezetting op Zegveld en Dairy Campus. Het streven in de verschillende systemen was om zoveel mogelijk gras op te nemen als weidegras en minder in te kuilen; dat kost beweidingsruimte. Maaien of bloten stond steeds in dienst van de beweiding, zie daarvoor ook het bericht van 3 oktober 2016.

Op Dairy Campus is tijdens het stripgrazen meer gemaaid voor de voederwinning. Dit was mogelijk om dat de dieren tijdens de rotatie gemiddeld 21 ‘stroken’ in gebruik hadden waar er in totaal 31 beschikbaar waren. Hiermee kon regelmatig fris gras aangeboden worden.
Bij het roterend standweiden is steeds één perceel binnen het blok dat tijdelijk niet in roulatie lag gemaaid. Dit werd gedaan om ook binnen dit systeem de grove bossen en/of resten af te voeren. Dat betekent dat niet elke maaiactiviteit uitgevoerd is bij een opbrengst die voldoende is om te kunnen inkuilen. Er is zo onderscheid gemaakt tussen het opruimen van een weiderest (maaien en afvoeren) en het maaien ten behoeve van voederwinning.
In de volgende tabel staan de gemaaide opbrengsten (voederwinning), de opgeruimde hoeveelheden en de maaipercentages voor de systemen stripgrazen (SG) en roterend standweiden (RSW).

SG RSW
kuil kg ds/ha 3628 1595
rest kg ds/ha 626 835
maai% opp. kuilen 172 83
tot maai% opp. 260 149

Op het stripgraassysteem is ongeveer 2 keer zoveel gemaaid als bij het standweiden. Dit is het gevolg van steeds ‘reserveren’ van stroken voor de voederwinning.

Figuur 1 toont een afbeelding van een gedeelte van het graslandgebruik op de Dairy Campus in 2016. Elke regel is een strip. De groene blokjes betekent weiden, de rode blokjes maaien voor voederwinnig en de paarse blokjes maaien en afvoeren weiderest. Duidelijk is te zien dat bij stripgrazen regelmatig wordt gemaaid en dat bij het roterend standweiden steeds één van de zes blokken wordt gemaaid.

platje1.png
Figuur 1 Deel graslandkalender Dairy Campus. Boven: stripgrazen (SG). Onder: roterend standweiden (RSW)
Figuur 1 Deel graslandkalender Dairy Campus. Boven: stripgrazen (SG). Onder: roterend standweiden (RSW)

Hiermee zal stripgrazen op jaarbasis waarschijnlijk ook een hogere opbrengst geven. Dat is ook de verwachting, omdat het gras gemiddeld meer groeidagen kan benutten. De verwachting is namelijk dat de grasopname niet heel veel zal verschillen, maar dit moet nog nader worden bekeken.